Verslaving

WAT IS EEN VERSLAVING?

Verslaving is een toestand waarin een persoon fysiek en/of mentaal van een gewoonte of stof afhankelijk is, zodanig dat hij/zij deze gewoonte of stof niet, of heel moeilijk los kan laten. Het gedrag van de persoon is voornamelijk gericht op het verkrijgen en innemen van het middel, of het handelen naar de gewoonte, ten koste van de meeste andere activiteiten. Als het lichaam deze stof of gewoonte dan moet loslaten kunnen er ernstige ontwenningsverschijnselen optreden bij deze persoon.

Er bestaan grof gezien 3 verschillende categorieën psychoactieve middelen, namelijk:

  • de stimulerende middelen als amfetamine, cocaïne en nicotine
  • de kalmerende middelen, bijvoorbeeld alcohol, benzodiazepine en opium
  • Verder bestaan er nog bewustzijnsveranderende of, zoals dat in de volksmond heet, geestverruimende middelen, bijvoorbeeld THC (de werkzame stof in marihuana), LSD, cannabis, ….

Een verslaving die vaak onopgemerkt blijft is verslaving aan medicatie zoals benzodiazepinen, de zogenaamde angstremmers, en slaapmiddelen als diazepam, oxazepam en alprazolam.

Terug naar top

PREVALENTIE

Exacte cijfers over een verslavingsproblematiek bij artsen in België zijn er niet. Men schat dat 10 tot 14% van de artsen tijdens hun loopbaan geconfronteerd wordt met een middelengebonden probleem (1). Dit correleert met de prevalentie bij de algemene bevolking. Artsen misbruiken echter meer voorgeschreven medicamenten, maar minder illegale drugs. Alcoholmisbruik komt het meest voor.

Volgens een navraag van professor Geert Dom bij 1500 medische specialisten uit 2012 bleek dat 1 op de 5 medische specialisten ouder dan 55 jaar met een alcoholprobleem kampt. Uit een proefschrift waarmee Freya Saes aan de VUB tot huisarts promoveerde, blijkt na een navraag bij 626 huisartsen dat 1 op de 3 een risicodrinker zou zijn.

Terug naar top

WAT ZIJN MOGELIJKE OORZAKEN BIJ ARTSEN?

Als mogelijke oorzaken van middelenmisbruik bij artsen worden de zware werkdruk, de eenvoudige toegang tot medicijnen, de eenzaamheid en de grote psychische belasting van het beroep van arts naar voren geschoven.

Terug naar top

WAT ZIJN DE SIGNALEN?

Middelenverslaving wordt gediagnosticeerd als 3 of meer van de volgende symptomen zich tegelijkertijd voordoen binnen 12 maanden:

  1. Tolerantie treedt op, dat wil zeggen dat er steeds meer van het verslavende middel nodig is om het gewenste effect te bereiken of dat steeds minder effect optreedt bij het gebruik van een zelfde hoeveelheid van het verslavende middel.
  2. Er treden ontwenningsverschijnselen op, specifiek voor dat middel, of er worden gelijksoortige middelen genomen om de ontwenningsverschijnselen het hoofd te bieden.
  3. Het middel wordt in steeds grotere hoeveelheden genomen, over een langere tijd dan eigenlijk de bedoeling was.
  4. Er is de drang om te stoppen met het middel, verschillende (mislukte) pogingen zijn ondernomen om te stoppen, te minderen.
  5. Veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen van het middel en/of het gebruiken van het middel.
  6. Belangrijke sociale activiteiten, werk en/of vrijetijdsbesteding worden opgegeven of verminderd voor het middelengebruik.
  7. Ook al weet de persoon dat het middel dat wordt genomen zorgt voor fysieke of psychologische aandoeningen of verslechtering daarvan, hij of zij blijft doorgaan met het gebruik ervan.

Tekenen die kunnen wijzen op alcoholverslaving :

  • Adem ruikt naar alcohol
  • Praten met dubbele tong
  • Verminderde prestatie of slechte prestaties in de ochtend
  • Beven
  • Snel controle verlies bij sociale gelegenheden
  • Verborgen flessen
  • Slechte persoonlijke hygiëne
  • Opmerkelijke vergeetachtigheid
  • Vaak te laat komen
  • Vaak katers hebben
  • Ongewone verwondingen
  • Veranderingen in gemoedstoestand
  • Geïrriteerdheid
  • Zweten
  • Relatieproblemen
  • Sociaal isolement
  • De werkplek vaak vroeg verlaten

Tekenen die kunnen wijzen op afhankelijkheid van opiaten :

  • Afwisselen van geagiteerde en rustige periodes
  • Verwijde pupillen
  • Vernauwde pupillen
  • Overmatig zweten
  • Aandoen van lange handschoenen (om naaldsporen te verbergen)
  • Regelmatig WC-bezoek
  • Regelmatige onverklaarde (onverklaarbare ?) afwezigheden overdag
  • Meer tijd dan nodig op het werk doorbrengen
  • Vrijwillig aandienen om de operatiezaal schoon te maken of om drugs terug te brengen naar de apotheek
  • In de naaldcontainers wroeten
  • Slechte opvolging van doses bij patiënten of verkeerde (te hoge) dosis noteren
  • Nooit afval terugbrengen na een operatie
  • Patiënten met grote pijnklachten die niet in overeenstemming zijn met de hen toegekende dosis.

Terug naar top

WAT ZIJN DE VALKUILEN VOOR ARTSEN?

  • Alcohol en medicatie dienen als ‘zelfmedicatie’ om de chronische stress en de hoge verwachtingen van de patiënten en van zichzelf draaglijk te houden.
  • De problemen worden vaak geminimaliseerd of ontkend.
  • Bij vele artsen is er overidentificatie met het werk en een desinvestering in gezinsleven en zelfzorg.
  • Men durft niet naar een collega-arts te stappen voor hulp uit vrees voor statusverlies.
  • De buitenwereld merkt vaak pas laat op dat er problemen zijn in het functioneren van hun collega want verslaving is een progressieve ziekte die vaak pas in een gevorderd stadium een negatieve impact begint te krijgen op het functioneren van de arts. Eens de problematiek naar buiten toe duidelijk wordt, wachten de collega’s van de verslaafde arts vaak lang vooraleer met de betrokken arts te gaan praten, uit schroom en collegialiteit.
  • Er is de angst voor strafmaatregelen.

Verslaving blijkt overgeproportioneerd voor te komen bij anesthesisten, pijnartsen, spoedartsen en psychiaters.

Terug naar top

HOE KAN MEN EEN VERSLAVING VERMIJDEN?

Zelfmonitoring en monitoring door collega’s zijn van cruciaal belang om manifest middelenmisbruik niet te laten uitgroeien tot een verslaving. Verslaving is een ziekte die kan worden behandeld en hoe sneller men de problematiek aanpakt, hoe beter. De schroom bij collega-artsen om hun collega aan te spreken op zijn middelenmisbruik is groot, maar het maar laten betijen kan de situatie alleen nog maar verergeren, zowel voor de verslaafde arts als voor zijn patiënten.

Vaak is de verslaving zelf maar een gevolg/symptoom van een achterliggend probleem, met name wat veroorzaakt de dermate grote stress dat een arts denkt naar middelen te moeten grijpen om het vol te houden ? Het moment dat men zich bewust wordt van de ondraaglijkheid van de stress, is het moment om psychologische hulp te gaan zoeken. Dit kan veel erger voorkomen.

Terug naar top

WAT ZIJN DE GEVOLGEN?

Wie verslaafd raakt, lijdt lichamelijke en psychische schade. Psychische gevolgen van verslaving kunnen o.a. zijn : stemmingsstoornissen, angststoornissen, seksuele stoornissen, slaapstoornissen, psychotische stoornissen, delirium, dementie en geheugenstoornissen. Ook voor partners, kinderen en vrienden zijn er grote sociale gevolgen. Wanneer men zich niet laat behandelen en het helemaal uit de hand loopt, zijn de mogelijke gevolgen legio : verlies van job, van partner en zelfs van huis. Er is ook een directe correlatie tussen verslaving en zelfmoordgedrag.

Terug naar top

WAT IS EEN MOGELIJK BEHANDELPLAN ALS MEN EEN VERSLAVING HEEFT?

Een eerste stap is zelf te weten/beseffen dat er iets misloopt. Een indicatie van een eventuele verslavingsproblematiek kan men krijgen via de volgende zelftest. (link voorzien)

Zodra u beslist hebt uw verslaving aan te pakken en uw gedrag te veranderen, is het belangrijk u te laten helpen. Afkicken van een verslaving lukt het best onder begeleiding. Van groot belang bij het afkicken is de motivatie om te slagen. Regelmatig contact met lotgenoten via zelfhulpgroepen kan helpen om de motivatie voldoende hoog te houden.

Deze begeleiding kan ambulant zijn voor beginnend middelenmisbruik en gebeuren door o.a. klinische psychologen gespecialiseerd in verslavingsproblematieken. Bij zwaardere verslavingsproblematieken is het raadzaam zich te laten opnemen in een gespecialiseerd centrum voor de behandeling van verslaving. Een ‘inhouse’ afkickprogramma duurt gemiddeld 3 tot 6 maanden, de follow-up loopt het best nog verder over 5 jaar.

Nazorg is immers van zeer groot belang : eens men verslaafd is geweest, is er niet veel nodig om de verslaving te doen terugkomen.

Testen in de Verenigde Staten hebben uitgewezen dat bij een wekelijkse random urine-test de kans op terugval slechts 4 % is, tegenover 36 % zonder regelmatige urinetesten.

Uit cijfers uit de USA blijkt dat 79 % van de artsen die een intensieve behandeling ondergaan met 5 jaar follow-up, succesvol kunnen blijven werken en na 5 jaar nog steeds middelen‘vrij’ zijn (2).

Via het platform ARTS IN NOOD wordt u, in overleg en in vertrouwen, in contact gesteld met gespecialiseerde hulpverleners die daarna met u het ‘afkick’-traject zullen opstellen en opvolgen. Neem vandaag nog contact (link) op met ARTS IN NOOD.

(1) LEEN VAN CROMBRUGGE UGent, Cornelis Van Heeringen UGent and Dirk Matthys UGent (2009) TIJDSCHRIFT VOOR GENEESKUNDE. 65(19). p.875-879

(2) McLellan AT, Skipper GS, Campbell M, DuPont RL. Five year outcomes in a cohort study of physicians treated for substance use disorders in the United States . BMJ 2008;337:a2038.

Terug naar top

Tips om met je collega te praten over middelenmisbruik1

Zeg wat je ziet en hoort.
Vermijd om je eigen opinie op te dringen en heb het vooral over het gedrag van de ander. Ik merk dat je vooral over jezelf praat, ik hoor dat je iets gelezen hebt en er dan niets meer over weet, ik zie dat er veel mensen vruchteloos iets aan je willen vertellen bijvoorbeeld.

Maak een verschil tussen feiten en ideeën.
Soms richt iemand zich alleen op informatie die precies in zijn kraam past. Zo wordt er vaak gezegd dat veel dokters zich bezondigen aan middelenmisbruik, maar de feiten zijn anders. Tel eens op in de streek van hoeveel collega’s je dat echt zeker weet.

Geef je mening als die wordt gevraagd.
Als je over middelenmisbruik wilt praten, moet je jezelf een mening vormen over wat jij ervan vindt. Dat hoef je zeker niet te pas en te onpas te verkondigen. Maar als je je bezorgdheid over een collega’s middelengebruik uit, moet je ook bereid zijn om te zeggen wat jij er zelf van vindt.

Denk na over argumenten die voor je collega iets betekenen.
Middelenmisbruik is niet goed voor je gezondheid, dat is wel duidelijk. Maar het argument is voor veel mensen niet het belangrijkste. Op lange termijn denken is één, maar wat er op korte termijn gebeurt telt ook mee! Zoek naar argumenten die met geld, uiterlijk, snelle indruk, manier van praten, iets onthouden, te maken hebben. Sommige mensen zijn meer gevoelig voor ecologische, sociale of morele gevolgen dan voor gezondheid.

Actief luisteren.
Als je wilt praten moet je natuurlijk ook luisteren. Jij maakt je zorgen in wat je je collega ziet doen, maar hij of zij heeft ook een verhaal. Zeker als er iets meer achter het middelengebruik zit dan iets uitproberen, hoort dat ook in jullie gesprekken thuis. Actief luisteren betekent dat je niet alleen luistert, maar ook goed laat merken dat je luistert. Zo krijg je een beter wederzijds gesprek.

Ondersteun het minderen, stoppen en mislukken.
Als je collega besluit om minder te gebruiken, of te stoppen is het goed als je dan ook contact blijft houden. Je kunt samen bedenken wat hij of zij zal doen in situaties dat het moeilijk is. En als het mislukt, ben je misschien meer dan ooit nodig! Stoppen met roken lukt ook maar zelden in één keer

Tips voor partners²

Zonder het te beseffen, geef je als partner aan iemand met een verslavingsprobleem vaak een verkeerde boodschap. Je vraagt om te stoppen met gebruiken maar tegelijk dek je die persoon vaak ook in door zaken door de vingers te zien. Lotgenoten weten hoe moeilijk het is om met verslaafd gedrag om te gaan. Van hen kan je leren dat het belangrijk is te vertellen over de pijn die in je zit, over hoe je omgaat met je partner. Belangrijk ook is dat een partner zichzelf een spiegel leert voorhouden. Lotgenoten samenbrengen is ook goed om situaties bespreekbaar te maken en inzicht te helpen krijgen in wegen naar verandering.

  • Wees op je hoede voor manipulatief gedrag. Laat je geen schuldgevoel aanpraten.
  • Leer omgaan met dat verslaafd gedrag. Volg desnoods psycho-educatie om je te informeren. Confronteer de persoon met een verslaving met zijn/haar probleem. Maar denk vooral aan jezelf en wat jij belangrijk vindt.
  • Stel duidelijk grenzen: tot hier en niet verder. Ga niet eindeloos mee in het verhaal van je partner. Wat kan er voor jou en wat absoluut niet en probeer hier duidelijke afspraken over te maken.
  • Vergeet niet je eigen leven te leiden/in handen te houden
  • Blijf er niet alleen mee zitten kniezen. Overwin de schaamte, probeer het taboe te doorbreken en ventileer!
  • Schreeuw het van de daken. Doe je mond open. Er zijn nog veel meer mensen in vergelijkbare situaties. Samen kan je mekaar  vooruithelpen.
  • Hou jezelf een spiegel voor en leer eruit. Frustraties zeggen ook iets over jezelf.
  • Neem zelf het heft in handen:  zoek zelf mogelijkheden, oplossingen.
  • Vertrouw op anderen, maar verwacht niet dat zij met een pasklaar antwoord afkomen. Het is vaak je eigen weg zoeken, maar doe beroep op je eigen gedrevenheid en wilskracht om uit je situatie te geraken en dan vind je vaak toch mogelijkheden of oplossingen.

1 http://www.desleutel.be/familie-en-vrienden/tips/preventietipsvoorvrienden
2 http://www.desleutel.be/familie-en-vrienden/tips/tips-voor-partners

De Sleutel situeert zich binnen de gezondheidszorg en richt zich naar mensen met drugproblemen en risicogroepen met een aanbod van preventie, crisisopvang, ambulante en residentiële hulpverlening en werkgelegenheid in Vlaanderen

Terug naar top

Neem contact op

ARTS IN NOOD is een centraal contactpunt voor artsen die worstelen met psychische gezondheidsproblemen. De artsen of iemand uit hun omgeving kunnen telefonisch of via het invulformulier contact opnemen met de coördinator van het project ARTS IN NOOD.